Plasma kweeklamp
De productie en ontwikkeling van de plasma lamp heeft een groot aantal jaren stil gelegen. Vanwege de dure aanschafprijs was er weinig interesse voor de deze lamp. Momenteel zijn er enkele bedrijven die weer bezig zijn met het verder ontwikkelen van de lamp. Hopelijk kunnen zij deze plasma lamp op grotere schaal produceren, zodat de prijs voor kwekend Nederland betaalbaar wordt. Wij houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en zullen de plasma lamp bij een redelijke prijs/kwaliteit verhouding in ons assortiment opnemen.
Eindelijk is het zover, Hortilight komt met een plasma kweeklamp die redelijk betaalbaar wordt. Het is een 730W plasmalamp die momenteel uitvoerig wordt getest. De eerste indrukken zijn zeer positief en naar verluidt zou de lamp een oppervlak van circa 5 m2 prima kunnen belichten. Ook in de glastuinbouw is men zeer onder de indruk van de plasma lamp en wordt al gesproken over kunst zonlicht. Binnenkort worden de definitieve gegevens en prijs vrijgegeven. Meer informatie over resultaten uit glastuinbouw is te zien op de website van Hortilight |
|---|

Sinds kort zijn er zwavel-plasmalampen op de markt waarvan het spectrum dichter in de buurt komt
van zonlicht dan alle bestaande lampen. Driekwart van het licht zit in het voor het menselijk oog zichtbare
licht: tussen de 400 en 700 nanometer. Deze lamp produceert vrijwel geen ultraviolet licht en weinig infrarood.
De essentie van de lamp is een bolletje zwavel (plus wat andere chemicaliën) dat met magnetronstraling tot
een helder gloeiend plasma wordt verhit. De technologie is al in de jaren negentig ontwikkeld, maar kende lange tijd geen commerciële toepassing.
Voor het eerst zijn onderzoekers van Wageningen Universiteit er in geslaagd planten in een klimaatkamer onder kunstmatig daglicht te laten groeien. Een doorbraak, omdat nu de invloed van lichtkleuren op de plant veel beter onderzocht kan worden. Dat is bijvoorbeeld belangrijk voor het LED-onderzoek. Ook blijkt uit de eerste resultaten dat het zonlichtspectrum jonge komkommerplanten 64% zwaarder maakt dan SON-T-licht, bij gelijke lichtsterkte. Reden om naar de kleur van assimilatielicht te kijken.
Een klimaatkamer gebruik je om de invloed van één of enkele factoren te onderzoeken, terwijl je alle overige factoren precies onder controle hebt. Alleen zo kun je met zekerheid iets zeggen over de invloed van die specifieke factor op het functioneren van de plant. Proeven in klimaatkamers hebben echter een enorm nadeel: tot voor kort was het niet mogelijk om daglicht aan te bieden. De lampen om dat te realiseren waren er gewoon niet. Dat maakt dat resultaten behaald in zo’n afgesloten ruimte moeilijk te vertalen zijn naar de praktijk. Dat speelt bijvoorbeeld sterk bij het onderzoek met LED’s.
In de klimaatkamer geeft toediening van LED-licht in bepaalde kleuren vaak zeer eenduidige resultaten. Als een onderzoeker de proef vervolgens in een kas herhaalt, heeft hij naast het LED-licht ook altijd daglicht, met het bijbehorende spectrum. Dan is het vaak lastig de duidelijke resultaten in het lab ook in de kas te vertalen naar bruikbare toepassingen.
Invloed licht op morfologie
In de tuinbouw lag de focus lange tijd op
de lichtintensiteit. Omdat de lichtsterkte
in Nederland vaak onder het optimum
ligt, heeft het zin assimilatielicht op te
hangen. De trend was de afgelopen jaren
naar steeds grotere lichtsterktes (vaak nog
uitgedrukt in lux).
Een hogere lichtintensiteit stimuleert de
fotosynthese en daarmee de productie.
Hierbij is altijd veel minder aandacht
besteed aan het gegeven dat het spectrum
van dat licht niet alleen invloed heeft op
de fotosynthese, maar ook op de morfologie
(de vorm van de plant). De kleur
van het aangeboden licht heeft effect
op de strekking van blad en stelen, de
bladstand, de opening van huidmondjes,
bloemaanleg en veel andere processen.
Dat betekent dus ook dat hoe groter de
lichtintensiteit die je aan kunstmatig
licht ophangt, hoe meer je dit soort
kleurafhankelijke processen beïnvloedt
met je assimilatielampen. Want het spectrum
daarvan wijkt erg af van dat van
zonlicht (zie figuur). SON-T en Metal Halide hebben
hoge pieken in groengeel en oranje
licht, maar scoort slecht in rood en/of blauw.
Dat wijkt sterk af van het natuurlijke licht.

Verschil in lichtonderschepping
In de klimaatkamer is nu voor het eerst
onderzocht welke invloed dat heeft met hetgebruik van een plasmalamp.
Daarmee kon het zonlicht goed
worden nagebootst, terwijl wel
de lichtintensiteit onder controle bleef.
Want voor een goede vergelijking moet die
natuurlijk steeds hetzelfde blijven.
De resultaten zijn zeer duidelijk. Jonge
komkommerplanten werden onder kunst
zonlicht 64% zwaarder (drooggewicht) dan
onder SON-T-licht en 128% zwaarder dan
onder TL-licht. Dat lag niet aan de fotosynthese per eenheid bladoppervlak, want die
was precies hetzelfde bij een lichtsterkte
van 100 μmol/m2s, de gehanteerde lichtsterkte
tijdens de groei.
Wat wel duidelijk verschillend was, was de
lichtonderschepping. Dat was ook goed te
zien aan de planten. Bij TL-licht en SON-T
bleven ze heel plat; onder kunst zonlicht
groeiden ze normaal op.
Het zonlicht zorgt – in vergelijking met
TL- en SON-T-licht – voor langere stengels,
langere bladstelen en meer in bladstrekking. Dat wil zeggen dat de oppervlakte
sneller toeneemt en dat betekent
meer fotosynthese. Vanaf het begin
onderscheppen deze planten meer licht, waardoor ze meer assimileren. Daardoor
krijg je een nog snellere bladafsplitsing,
wat leidt tot nog meer lichtonderschepping.
Het is een soort win-win situatie.
Kunst zonlicht lampen
Bij een jong gewas zijn er dus grote
verschillen. In het begin groeit de plant
duidelijk veel sneller door het morfologische
voordeel, veroorzaakt door de invloed
van de lichtkleuren. In een volgroeid gewas
doet dit effect zich niet meer voor, want
dan wordt alle licht onderschept. Dan is
vooral de netto-fotosynthese per eenheid
bladoppervlak belangrijk en die is – zoals
gezegd – voor de drie behandelingen
hetzelfde.
De vraag is nu natuurlijk of het zin heeft
dergelijk kunst zonlicht op te hangen in de
kas in plaats van SON-T of LED’s (waarmee je
niet een volledig zonlichtspectrum kunt
aanbieden). Die vraag is op dit moment nog
niet te beantwoorden. Vooral bij opkweek
of bij weefselkweek zou het belangrijk
kunnen zijn. En dan speciaal in lichtarme
perioden, waarin het effect van kunstlicht
als bijbelichting het hardst doortikt.
Maar vooralsnog ligt het belangrijkste
voordeel van de nieuwe techniek in het
wetenschappelijke onderzoek. Het onderzoek
naar de invloed van gekleurde LED’s
als bijbelichting bijvoorbeeld kan nu veel
gerichter plaatsvinden.
Sneller onderzoek
Dit hele verhaal wil overigens niet zeggen
dat resultaten van eerdere wetenschappelijke
proeven in klimaatkamers ter
discussie zouden staan. Het inzicht in veel
fysiologische processen in de plant kan
best groeien zonder dat een daglichtspectrum
aangeboden moet worden. Dat blijft
ook zo. Maar in de loop van de afgelopen
jaren is steeds meer duidelijk geworden
dat lichtkleur een invloed heeft op de
vorm van de plant. Dat is nu veel beter te
onderzoeken.
Daarnaast kan toepassing van een kunstmatig
daglichtspectrum het tuinbouwkundig
onderzoek flink versnellen. Onderzoekers
hoeven hun proeven niet meer in
verschillende seizoenen in de kas uit te
voeren om bij verschillende daglengtes
en daglichtintensiteiten onderzoek te
doen. De kassituatie voor alle seizoenen
is met een kunstmatig daglichtspectrum
te allen tijde te simuleren.