Inductielampen

Inductielampen zijn fluorescentielampen zonder elektroden, maar met een "antenne spoel". De hoogfrequente elektrische stroom door deze spoel veroorzaakt dezelfde stoelendans van elektronen als in een gewone fluorescentiebuis.

Lees hier meer over inductie kweeklampen

Inductielampen hebben een levensduur tot wel 60.000 uur en hoger. Inductielampen zijn te vergelijken met TL-buizen qua lichtopbrengst maar omdat er helemaal geen gloeidraad of electroden inzitten, is er nog minder of haast helemaal geen warmte en bereiken we een haast oneindige levensduur van 60.000 uur. Bij inductielampen zijn de lampen van 120W en 200W het meest geschikt voor de belichting van planten.
De lampen in 3500 graden kelvin zijn eigenlijk prima voor groei en bloei maar voor de fanaten onder u is het zo dat de lamp in 6500K perfect is voor de groei en de lamp in 2100K voor de bloei. Omdat de lamp geen filament of een electrode heeft maar zich door een electromagnetisch principe ontlaadt is er geen afzwarting (lichtopbrengst blijft goed) en gaat daarom ook zo verschrikkelijk lang mee. Die 60.000 branduren hebben dan meer te maken nog met de electronische ballast (voorschakelapparaat) want de lamp zelf gaat waarschijnlijk nog langer mee. Bovendien is er dus nauwelijks warmteontwikkeling bij gemis aan een spiraal of electrode.

Inductielampen zijn leverbaar voor zowel de groei alswel de bloeifase. Voor de groei word de 6500K lamp gebruikt, deze lamp bevat alle licht spectra voor een snelle groei.
Na de groei word er overgeschakeld naar de bloei lamp, deze is 2100K sterk en zorgt voor een rijke bloei en dus voor een goede opbrengst.
Inductielampen hebben de ideale PAR en PUR. PAR staat voor ‘Photosynthetic Available Radition’ en PUR staat voor ‘Photosynthetic Useable Radiation’.
Al het licht dat planten krijgen, binnen de frequentieband van 400-700 nanometer, noemen we PAR, ofwel al het licht dat beschikbaar is voor de fotosynthese. PUR is het licht dat planten ook daadwerkelijk gebruiken voor fotosynthese en dat is lang niet al het licht dat ze krijgen.
In de groeifase, hebben planten meer behoefte aan blauw licht met een kortere golflengte (circa 400 tot 480 nanometer, dus de 6500K lamp). In de bloeifase hebben de planten juist meer rood licht (620 tot 720 nanometer) nodig, dus de 2100K lamp.

Omdat inductielampen aan het lampoppervlak slechts beperkt warm worden, kunnen de planten tot 2 a 3 cm onder de lamp worden geplaatst. Omdat de planten geen last hebben van hitte transpireren ze minder, waardoor het bijvoeden om stressverschijnselen te compenseren hier overbodig is. Daarbij komt nog dat de fotosynthese bij het gebruik van deze lampen veel efficiënter plaatsvindt vanwege het goed afgestemde lichtspectrum. Ook dit resulteert weer in een besparing op water en voedingsstoffen.

Voordelen van de inductielamp zijn:

Algemene informatie inductielamp

* lange levensduur: 60.000 branduren, uitsluitend geschikt voor EVSA
* het aantal schakelmomenten beïnvloedt de levensduur niet
* nagenoeg 100 procent lichtsterkte direct na het inschakelen
* groot optisch rendement

Philips QL

Philips is de uitvinder van de inductielamp en levert deze onder de roepnaam QL-lamp. Bij QL plaatst men de spoel in een (in het glas geblazen) holte midden in een speciale glasballon.
De energie-efficiënte is niet zo hoog als bij een fluorescentiebuis. De levensduur kan gemiddeld 50.000 uur zijn. Dan moet het elektronisch voorschakelapparaat worden vervangen, de lamp kan waarschijnlijk nog langer mee.

 
Naar top